Kate Shepherd is 18 jaar als ze leiding krijgt over het geestelijk werk in Zuid Wales

Zoals beloofd is hier een vertaling van delen van het boek “The woman of the valleys”. Dit is geen roman, dit zijn historische verslagen van Pamela Shepherd zelf, de mensen om haar heen en artikelen uit plaatselijke kranten en het Leger des Heils-magazine ‘de Strijdkreet’. 

De artikelen op Groeikracht over de rol van vrouwen in de gemeente, waar ik geestelijk de Bijbel uitleg vanuit de grondtekst, worden volledig onderbouwd door de geschiedenis van de opwekkingen Engeland en Wales. Opwekkingen waardoor niet alleen honderdduizenden gered werden door Jezus, maar waardoor gezinnen en hele samenlevingen genezing ontvingen. Als deze geschiedenis niet voldoende bewijs levert tegen de traditioneel kerkelijke uitleg van teksten rond vrouwen, waardoor ook Geest-vervulde vrouwen in de gemeente moeten zwijgen, niet mogen onderwijzen of het woord delen in een samenkost, dan zie ik geen ruimte voor de Heilige Geest om in de gemeente te werken zoals Hij zou willen. God heeft zelf Zijn woord uitgelegd door te laten zien in o.a. deze opwekkingen dat vrouwen een evenredige verantwoording hebben in de dienst van Jezus als mannen.

We horen vaak dat we acht moeten geven op het profetisch woord (2Pet.1:19). Maar wat, als we door onderscheid te maken de Heilige Geest niet toe staan om het profetisch woord uit te laten komen? Want in het profetisch woord staat: Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. (Joël 2:28). Een tekst die Petrus betrekt op de hele gemeente van Jezus. Petrus, die het priesterschap van alle gelovigen leerde in zijn brieven.

Lees, in de vertaling van Gedeelten uit Hoofdstuk 5 (Sweet ‘Bardare) en Hoofdstuk 6 (Kate’s Ronddah), het bewijs dat deze profetie uit Joël ook voor Engeland en Wales gold, geldt ook voor vrouwen van nu, voor alle delen van de opdracht die Jezus heeft gegeven in Matt.28:19; om te prediken, te dopen, te onderwijzen, alles wat Hij jou heeft geleerd.
Ik hoop dat bij het lezen ook bij jou het verlangen groeit dat de Heilige Geest weer aan het werk mag door alle gelovigen. Niet om manifestaties te beleven, maar om zondaren te redden van hun oude leven en van het oordeel dat komen gaat. Want daartoe kwam Jezus tot ons, en daartoe zend Jezus ons.

Pamela Shepherd en haar dochters in Aberdare
(beginnend op de 2e avond – zie de eerder blog “De taal van de hemel voor Wales!”)

De volgende avond, zondag, zat de Temperance Hall, met meer zitplaatsen dan welke kerk dan ook, stampvol om naar deze vrouw te luisteren die de avond ervoor Aberdare nog letterlijk op zijn kop leek te hebben gezet. Pamela en de kinderen moesten zich zelfs door de dichte menigte heen worstelen om binnen te komen van de openluchtbijeenkomst. Denkend aan hun lege huurhuis, hun bedden op de vloer en de meubels van sinaasappelkistjes, hielden ze dit alles eerder niet voor mogelijk.

Pamela hield de kinderen dicht bij zich, al waren ze nu niet in gevaar. “Kate” zei ze, “er moeten honderden mensen zijn die niet binnen kunnen komen. Ik heb nog nooit in mijn leven zo’n menigte gezien. We zullen binnen opgepropt zitten als haringen in een ton. De mensen zijn al vroeg gekomen om te proberen een zitplaats te krijgen. Ik denk dat we zullen moeten proberen de zaal voor volgende week te reserveren.”

Toen ze Pamela en de meisjes naar het bordes zagen gaan, braken enkele van de oudere mensen, die op de een of andere manier binnen waren gekomen, in huilen uit, nog voordat Pamela begon te spreken. Pamela kon nauwelijks woorden vinden.
“Kate,” fluisterde zij, “Meneer Booth zei soms dat hij naar beneden moest gaan om zijn zoon Bramwell te vragen voor hem te bidden. Doe jij dat nu Kate, want zo voel ik het ook. God werkt hier op een wonderbaarlijke manier.”

Nadat de eerste bijeenkomst binnen was beëindigd zei Pamela tegen Kate: “Ga morgenvroeg naar het postkantoor om een telegram naar het hoofdkwartier te sturen, net zoals de meisjes in Newcastle deden.
(Met het bericht:) “Veel in het zuur en drie in de fontein.” (Een uitdrukking die betekent dat er veel met gewetenswroeging waren en enkelen opgelucht.)

“Moeder”, antwoordde Kate “de mensen in Londen zullen denken aan iets vreselijks als we zeggen ‘veel in het zuur’.

“Kate, de apostelen spraken over hun toehoorders als hen die diep in hun hart waren getroffen (Hand.2:37), dit is niet veel anders. Deze lieve mensen gaan in zo’n toestand van hartzeer en ellende weg vanwege hun zonden, dat het voor hen bijna onmogelijk is om te slapen, te eten of te werken, totdat ze volledig genezen zijn.”
“Moeder, weet u het zeker?”
“Natuurlijk. Dat is alles wat het betekent en ik weet hoe het is, omdat ik zelf dezelfde ellendige ervaring heb doorgemaakt. Dit is de Heilige Geest Kate, ‘Yr Ysbryd Glan’ zoals wij in het Welsh zeggen – de reine of reinigende geest, werkzaam in iemands hart… Het is een wonderbaarlijk iets… Het begin van een nieuw leven in Christus – je hoeft je er niet voor te schamen om dat te zeggen, ook al klinkt het een beetje ongewoon.”

Kate was niet erg blij. “Het klinkt nog steeds als een onbehouwen manier van spreken voor mij. Moeder het is niet goed, kan ik hier niet stoppen, het is me allemaal te veel.” Ze nam haar zakdoek voor haar ogen en snikt zachtjes. Pamela nam Kate in haar armen en hield haar vast terwijl ze huilde. 

“Kate meisje, ik weet hoe je je voelt. Ik voelde me zelf ook verlegen en nerveus toen ik voor het eerst in het werk begon. Ik zie je wit wegtrekken als een spook als ik je vraag op te staan om iets te zeggen, maar we voelen allemaal hetzelfde in het begin, zelfs lieve mevrouw Booth – en kijk eens wat een geweldige spreekster ze nu is, en zo goed opgeleid, veel meer dan wij. Ze zei eens dat, voordat ze erin slaagde dat te doen, meneer Booth haar tien jaar lang had gevraagd om een woord te spreken in zijn samenkomsten. Wie zou dat nu kunnen bedenken? Geef niet op Kate – verlies de moed niet – jij bent de enige die ik nu heb om me te helpen – God zal je kracht geven voor zijn werk – wij hoeven alleen maar te getuigen. Hij zal de rest doen.”

“Moeder, ik ben me zo bewust van mijn gevoelens en Polly en zelfs kleine Silly lijken er niet mee te zitten. Maar als we allemaal op het podium staan met honderden mensen die naar ons kijken zoals ze dat doen, en jij hen vertelt over jouw dronkenschap en vechten in Poplar… over zelfmoord te willen plegen in het kanaal toen ik klein was, dan voel ik me vreselijk. De mensen zitten dan allemaal te huilen in hun stoel – dat is toch niet goed – want slechts enkelen van hen allen gaan naar huis met genade, niet veel. Ze luisteren alleen maar naar hoe jij je hart uitstort en hen alles over ons vertelt. Het is voor niets, het is tijdverspilling. Het is hier anders dan in Londen waar er een zendingswerk achter ons stond met die de geweldige evangelisten die we kennen. Ik kan er niet meer tegen. Het put me uit…”

Pamela hield haar dichter bij zich. “Ik weet dat veel van de mensen niet zullen toegeven aan de oproep tot bekering Kate, hoewel ze bezorgd zijn over hun ziel, maar het is Gods werk om ze tot verzoening te leiden, op Zijn tijd, niet de onze. Alles wat wij moeten doen is trouw zijn aan onze taak en hun Zijn boodschap van hoop en redding geven. Je moet er niet aan denken het in je eigen kracht te doen Kate, maar in de genade van de Heer zul je sterk gemaakt worden.”

“Moeder, kan het hoofdkantoor niet iemand sturen om ons te helpen? We zijn nog nooit zo alleen geweest. Ik voel me hier een vreemdeling – het is alles zo anders dan in Londen, en ik spreek ook niet veel Welsh, alleen de paar zinnen die jij me hebt voorgelezen.”
“Luister Kate, meneer Bramwell Booth komt binnenkort naar Merthyr, naar ik meen voor een gebedsnacht. We gaan met paard en wagen de berg over, slechts om te luisteren. Herinner je niet meer hoe meneer Bramwell als jongeman zelf begon te preken toen jij opgroeide – hij is maar vijf jaar ouder dan jij.
Toen hij klein was, lachten de anderen op school hem uit, sloegen zijn hoofd tegen een boom waardoor hij nu doof is, arme jongeman – zo dapper als hij ermee omgaat. 

Deze jongeman Bramwell Booth zal je hart versterken Kate, je zult zien. Je bent nu bijna 17 Kate, en je ziet er zo mooi uit op het podium met je glanzende haar en je mooie bruine ogen, de witte kant om je nek, ik ben zo trots op je mijn liefste, blijf bij me. Ik weet gewoon dat er een doorbraak gaat zijn (Neerdalen van de Geest). God heeft ons niet voor niets hier gebracht. Ik ben vol geloof, het zal geweldig zijn als de mensen ons leren kennen. Ze zullen als onze nieuwe Welshe familie zijn, zoals de zendelingen in White-chapel. De mensen weten op dit moment niet wat ze van ons moeten denken, of wat we hen proberen te vertellen over het nieuwe leven in Christus. Ze zijn nog niet overtuigd omdat deze mensen ons soort boodschap nog niet eerder hebben gehoord. Het is allemaal vreemd voor hen. Ze zijn gewoon ongelukkig, arme schepselen, maar binnenkort zal het veranderen.”

Temperance Hall in Aberdare

Er werd aan de deur geklopt van de sacristie waar Pamela en Kate hadden gepraat. Het was de koster van de Temperance Hall,

“Het spijt me mevrouw Shepherd, maar de buurvrouw zegt dat ze walgt van het lawaai dat jullie allemaal maken. Ze zegt dat het helemaal niet klinkt als een echte kerkdienst… Ze heeft nog nooit zulk wild gezang en geroep gehoord. Zo’n ruige groep mensen ook – helemaal geen nette gelovigen. We kunnen de buren niet te veel van streek maken.” De koster ging verder, “Ja, de helft van hen zijn dronkaards, zegt de klager. 

Nee, we kunnen u hier onmogelijk laten blijven, mevrouw Shepherd, we hebben onze reputatie hoog te houden.”

Kate breekt in, “Moeder, je ziet hoe het is… De respectabelen zijn nu tegen ons… Er zijn toch kerken waar deze mensen die naar ons luisteren naar toe kunnen gaan, als ze dat echt willen.”

Pamela schudt haar hoofd “Allerlei soorten mensen zijn niet welkom in die kerken, zelfs als ze zouden gaan.  Kijk eens hoe armoedig de meesten gekleed zijn. En als je honger hebt is er niet veel te missen voor fraaie kleding. Ruwe oude vodden voor het werk, dat is alles wat de meesten hebben, en je hebt gezien dat sommige kinderen niet eens schoenen hebben. Dit zijn de mannen en vrouwen die God op het oog heeft, in Wales net als in de Londense sloppenwijken. Met hen moeten we praten, niet met de anderen die op hen neerkijken omdat ze hen in het beste geval niet begrijpen zoals wij dat wel doen. 

Meneer Bramwell Booth zei dat ons werk in schrijnende armoede geboren is. Mevrouw Booth wist wat het was om geen geld te hebben toen meneer Booth uit de Methodistenkerk kwam. Alles wat ze hadden was wat de mensen hen gaven toen ze predikend rondgingen in de arme kleine kapelletjes. Als wij niet wisten hoe het is om het zo moeilijk te hebben, zouden we dan met deze mensen kunnen meevoelen? We zouden nog steeds respectabel zijn en tegelijk mijlenver van hen af staan. Nee, de mensen komen naar onze bijeenkomsten omdat wij anders zijn.”

Ze wendt zich tot de koster: “Laat maar meneer, het spijt me als onze mensen de buren van streek hebben gemaakt. We moeten doen wat meneer Booth heeft gedaan in Londen – om te beginnen – we gaan gewoon weer de straat op. De politie heeft ons tenminste gezegd dat we overal kunnen gaan en preken – God zegene hen. De hoofdcommissaris zegt al dat ze in de pubs minder problemen hebben met de dronkaards in de stad – ze komen nu allemaal naar ons luisteren! We laten hen die gered zijn, het hun eigen vrienden vertellen. De anderen zullen beter luisteren naar hen die ze kennen. Dat hebben we zo in London ervaren en gaan dat hier ook zo doen. Terwijl zij met hen spreken gaan wij naar buiten om diegenen op te zoeken die in nood zijn. Ja, dat gaan we doen, en proberen er dan achter te komen waar ze wonen zodat ik hen in hun eigen huis kan bezoeken. We hebben geen hele grote kerk nodig, en als ze allen naar de openluchtbijeenkomsten komen, kunnen ze komen zoals ze zijn, zonder dat ze zich zo nodig om moeten kleden.
Dan weten ze ook, dat als het ze niet aanstaat, ze gewoon weg kunnen lopen. Je hoeft bijna niets te zeggen – geef ze gewoon een paar woorden in het Welsh zoals ik je geleerd hebt en laat ze zoveel zingen als ze willen. Vergeet dat preken maar, we zijn geen grote sprekers als de zendelingen, laat hen gewoon hun bekeringsverhaal vertellen. Je hebt gelijk, Kate, het is anders hier in Wales. Slimme meid!”

De volgende avond gingen Pamela en de kinderen naar de openluchtplek op het plein waar ze volgens de politie een bijeenkomst konden houden. Het was deze keer in het centrum van de stad. Ze namen allemaal de tamboerijnen en lieten de mensen al snel zingen. Toen zetten ze hun nieuwe plan in werking.

Pamela nam een van de mannen bij de arm en leidde hem zachtjes maar vastberaden in de richting van een kist in de middenring van de menigte. “Spring maar op die kist Tom, beste jongen, vertel de mensen wat God voor je heeft gedaan. Ik sta vlak naast je. Wees niet bang en roep het uit, zodat al die mensen die achterin rondhangen je kunnen horen.”

Tom slikte. Hij had nog nooit van zijn leven zo gesproken. “Mevrouw Shepherd, ik sta te trillen op mijn benen.”
“Dat deden de mijne ook toen ik voor de eerste keer opstond in Aberdare. En als een vrouw het kan, kan een grote sterke kerel als jij het ook… Ga verder…. Kijk eens hoe stil ze allemaal zijn geworden… Ze wachten tot jij iets gaat zeggen.”

Tom zette zich schrap “Vrienden – Ik schaamde me niet om de duivel te dienen en ik ga me niet schamen om God te dienen. Ik was een grote zondaar. Ik viste op zondag en was vaak dronken in het openbaar, maar sinds mevrouw Shepherd hier kwam, de eerste zondag dat ik haar hoorde spreken, trof mij iets en begon naar haar te luisteren totdat ik mijzelf aan de Heer gaf. Ik had een zware strijd, maar sinds ik me bij deze christelijke zending heb aangesloten ben ik gelukkig en is er niets meer dat me dwarszit. Door de hulp van God wil ik het volhouden.”

Een vrouw uit de menigte riep uit: “Kijk eens naar Tom Williams, wat een keurige kerel hij aan het worden is. Hij lijkt niet meer dezelfde man.”

Pamela nam de trillende man bij de mouw. “Goed gedaan Tom – het is goed – Je hoeft niets meer te zeggen – ga maar weer naar je plek, dank je.
Wie is de volgende om te getuigen? Mevrouw Thomas, is het niet? Ga nu hier staan op deze oude kist, het is echt wel veilig.” Ze gaf de trillende ziel een bemoedigende arm om haar schouder.

Dezelfde omstander, een bezige tante, grijnsde naar haar buurman, “kijk toch die ruwe oude vrouw eens, en haar man is niet anders… wat gaat zij in hemelsnaam zeggen?”

“Ja – jullie kennen me allemaal en ik weet zeker wat sommigen van jullie denken!  Ik kan jullie zeggen dat jullie zeker zullen zijn van de grote verandering die in mijn leven is gekomen. Kijk eens naar mijn man hier. Hij is nu netjes. Voordat ik me bekeerde had hij gaten in de knieën van zijn mouwen, en in de ellebogen van zijn broek.”

Ze zwijgt als ze beseft hoe ze haar woorden door elkaar heeft gehaald en de menigte buldert van het lachen. Arme mevrouw Thomas glimlachte zelf ook “oh daar heb je mij weer, maar ik ben niet gewend zo te spreken, maar kijk zelf wat ik bedoel en kom gerust kijken hoe mooi mijn huis is als jullie me niet geloven. Niet zoals het vroeger was… Een zwijnenstal was het… Maar nu niet meer. Het is helemaal anders.”

Pam pakte haar tamboerijn. “Mooi, lieve mevrouw Thomas, mooi, kijk hoe gelukkig ze zijn, nu je ze aan het lachen hebt gemaakt – Da Iwan (Goed gedaan) ze zullen zich nog lang herinneren wat je zei”

Tot de menigte: “Laten we nu het refrein zingen terwijl deze kleine Morgan Watkins een woord komt zeggen – op de kist, klaar om te spreken, Morgan jongen – laat de mensen je zien – iedereen kent je vaders winkel…”

“Mijn vader kwam thuis nadat mevrouw Shepherd voor het eerst op de markt had gesproken en zei dat daar een vrouw aan het preken was en dat zoiets nog nooit eerder in Aberdare was gezien of gehoord. Ik was op de een of andere manier zo onrustig  – ik kon niets doen totdat ik haar zelf ging horen. Ze leek zo eerlijk. Nu help ik haar.”
“En een grote hulp dat hij is – terwijl nog maar jong, maar de boodschap is voor jong en oud. Wie is de volgende?”

Een man stapt naar voren en klimt op de kist. “Toen ik voor het eerst al die drukte rond mevrouw Shepherd op de markt zag dacht ik dat het wel zo’n sneldokter moest zijn die pillen verkocht, dus ging ik kijken wat er gaande was. En ik kreeg een “pil”, en het verdreef de duivel zomaar uit me… en zo is het – oh proef en zie dat de Heer goed is – je weet niet hoe iets is totdat je het probeert – dat is alles wat iemand hoeft te doen – probeer het gewoon – dan kun je nog steeds doen wat je wilt als het je niet past, maar probeer het en doe het nu!”
“Dankjewel!” Zei Pamela ronduit “wie is de volgende?”

Gedreven door de geest van openhartigheid baande een andere man zich een weg naar het midden van de menigte en ging op de kist staan. Hij keek om zich heen. “Toen mijn zwager bezig ging met het geloof en hij op straat erover begon te praten en zijn gezangenboekje tevoorschijn haalde wilde ik wegwezen, bang dat mijn vrienden me met hem zouden zien, en ging ik naar de kroeg en liet hen op straat achter. Maar iets zei me om te gaan luisteren naar de preek van die vrouw… Ze nodigde dronkaards en  vrouwenmishandelaars uit om zich bij het leger van de Heer te voegen. Die woorden raakten mijn hart. Dank God dat Hij deze vrouw naar Aberdare stuurde.” Hij stapte van de kist af, maar zijn emoties spraken voor zich.
Pamela liet de impact van de woorden van de man tot de hoorders doordringen en en riep toen “laten we nog eens zingen – alleen maar een refrein en laat dan iemand anders komen – slechts een zin – meer hoef je niet te zeggen!”

Een man met blauwe littekens van kolenstof in zijn huid stapte naar voren, duidelijk in een opwelling, “als ik thuiskwam van mijn werk waste ik me niet eens, ik ging gewoon liggen als een varken, dat deed ik. Mijn huis was de hel op aarde. Nu is het de hemel. Prijs de Heer!” Hij verdween weer in de menigte.
Pamela nam Kate bij de arm, “Kijk eens hoe honderden om ons heen staan – kijk hoe ze bijna allemaal in tranen zijn – kun je eraan twijfelen dat God met ons is? Zie hoe klaar ze zijn om te getuigen – niemand van hen heeft ooit eerder in zijn leven zo gesproken, we kijken hier naar een wonder Kate.”

Ze werden onderbroken door een man die huppelend zich naar het midden bewoog. “Ik wil iets zeggen”… “Nu dan, hier is je kans!” zei Pamela en de man sprong op de kist.

“Ik danste ooit voor de duivel. Ik hield ervan, vooral als ik er een paar op had. Nu ben ik een kind van God. Ik heb geen zin meer om te dansen, God heeft die behoefte weggenomen. Ik heb er geen enkel verlangen meer naar.” En hij sprong naar beneden als een balletdanser. Pamela klapte in haar handen.
Dans voor God in je hart mijn vriend, zoals David deed. Wees niet bang om een paar passen te maken, zolang het maar voor God is – kijk naar mij”. En ze stapte naar voren, naar het midden. “Dit is de favoriet van mijn vriend Gypsy Smith” en ze walste rond, zingend op de melodie van ‘Pink Lady’ “Laat de schoonheid van Jezus in mij gezien worden.” De menigte juichte uitbundig.

Ze stopte, deed haar armen omhoog “Wie is de volgende om een woord voor de Heer te zeggen?” In de plotselinge stilte verscheen een andere jongeman bij de kist, zomaar uit het niets.
“Ik luisterde laatst naar Bill Matthews in de openluchtsamenkomst in onze straat. Ik kon zien hoe anders hij was dan vroeger. Het was niet wat hij zei – ik kon het verschil zien. Ik dacht, als God zo’n lelijke zondaar als hem kon redden, waarom zou Hij dan ook niet mij kunnen redden… En ik werd gered.
Op een avond, toen ik thuis kwam van mijn werk, voordat ik bij de deur was, hoorde ik mijn jongste zingen als een leeuwerik ‘Kom tot Jezus!’. Je weet hoe de melodie gaat. Hoe anders dan het ooit was. Ik weet niet hoe ik God daarvoor moet danken.” Hij verdween weer even stil als hij gekomen was.

Pamela lachte “laten we dat lied zingen, wij allemaal – een klein kind zal hen leiden zegt de bijbel – waarom zijn we niet allemaal zo eenvoudig als dat kind – geen mitsen en maren, geen mooie woorden, geen geworstel – ze richtte haar lied gewoon tot Jezus, net als haar vader en haar hart werd geopend. We hoeven niet gewichtig te doen als we bekeerd zijn… Het kan gewoon een dankbaar gevoel zijn, en Jezus die ons dierbaar wordt.”

Een man knikte en stapte naar voren, “Ik was een dronkaard en bracht de meeste tijd in het café door, voordat deze christelijke zending naar Aberdare kwam. Nu breng ik het grootste deel van mijn tijd door in het huis van God of op mijn werk. Niemand sprak eerder met mij over mijn ziel, maar zij kwamen naar me toe en ik gaf mijn hart aan Jezus.”
Toen hij het midden verliet drong een geagiteerde man naar het midden toe. “Ik wil nu spreken – ik ben het niet eens met dit alles…!” Pamela wendde zich tot hem, met flitsende ogen, “Zeg wat u wilt, meneer – zorg er alleen voor dat die mensen daar u kunnen horen”. “Dat zal ik zeker doen, zoals je wilt!

Luister iedereen! Ik spreek voor ons drieën – geloof niet wat deze vrouw je vertelt. Er is geen God! Hij bestaat niet, behalve in hun verbeelding. Dit is een krankzinnige vorm van religie… Erger zelfs dan wat je in de kerken krijgt…” De menigte begon hem toe te zingen en Pamela schudde vooral bedroefd haar hoofd. De man zwaaide met zijn vuist en bij het van de kist afkomen riep hij: “Je zult later meer van ons horen! Je zult zien!”
De bijeenkomst werd afgesloten met het zingen van Bendigedig Fyddo’r Iesu (Wonderbare Jezus).

Op het plein klonken halleluja’s en amens terwijl de mensen wegliepen, zwaaiend met zakdoeken, dansend arm in arm. Pamela en vier kinderen bleven alleen achter in het midden van de straat. Kleine Sally rilde. Pam pakte haar op. Pamela en Kate namen de kist mee. Het begon te regenen. Een dominee kwam naar hen toe en sloeg zijn armen hartelijk om de kleintjes heen.

“Mevrouw Shepherd? – Ik ben meneer Young, de Methodistische dominee hier. Jullie staan nu al vier weken op straat, in de kou en nattigheid, sinds jullie naar Aberdare kwamen. Hier zijn wij, met onze mooie kerken en jij, met deze lieve kinderen zonder een dak boven je hoofd sinds ze je uit de Temperance Hall hebben gezet. Schande! Net als Paulus verkondig jij hetzelfde evangelie. Kom en gebruik ons gebouw totdat je je eigen gebouw hebt gevonden.

Nebo kapel in Pentre, het mijnwerkercentrum.

 De Methodisten wisten iets van wat jullie doen, toen wij begonnen en ze noemden ons “The Ranters” omdat we zongen en marcheerden in de straten. Laat maar, het is een beetje wild – dit zijn het soort mensen die we behoren te bereiken, geen respectabelen.
Nog iets, we hebben gehoord dat jullie niet veel meubels hebben. Kan mijn vrouw met een paar van onze dames komen kijken wat we voor jullie kunnen doen? De mensen bewonderen u… Sommigen van ons zijn tot tranen toe geroerd en willen helpen. Sta ons toe. 

“Dank u meneer Young, dank God voor uw goedheid. Wij zullen dankbaar zijn voor uw hulp, en zullen mevrouw Young te laten zien hoe we gesetteld zijn. Kom toch eens bij ons tijdens de openluchtbijeenkomsten met de andere predikanten. We hebben in Londen wel geleerd dat je er gewoon op uit moet gaan om het de mensen op hun eigen terrein te vertellen. We willen de kapellen en kerken laten delen in de zegen van God – vooral de Welshe, want veel van degenen die naar onze samenkomsten komen begrijpen het beter in hun eigen taal – zoals mijn eigen moeder die een toegewijde Baptist was.”…

…Niet veel later kreeg Pamela de oude zaagmolen die nog minstens vier jaar gebruikt zou worden.

“Kate – onze eerste ontmoeting hier, op onze eigen plek, ook al is het vrij armoedig, het voelt goed. We moeten over een minuut beginnen voordat de mensen onrustig worden.
“Moeder, laat me vanavond de bijeenkomst leiden…!” “Natuurlijk, Kate, natuurlijk… Oh – dit is waar ik op gewacht heb, cariad (mijn liefste).”

Daar stond Kate, slank en keurig, rechtop en vol stille zelfverzekerdheid. Er viel een schok over de mensen die in de kleine zaal zaten. Ze leek zo jong, nog geen 17, maar er was iets aan haar, een kalm overwicht dat men nog niet eerder van haar had gezien. Helder en direct, ze nam iedereen in zich op voor ze sprak, ze leek elke blik die op haar gericht was te vangen en glimlachend vast te houden.

“Vrienden, jullie weten allemaal hoe stil en nerveus ik ben sinds we naar Aberdare zijn gekomen. Om jullie de waarheid te zeggen, ik heb mijn moeder gezegd dat ik hier niet langer kon blijven en toen zijn we de andere avond naar Merthyr gegaan om meneer Bramwell Booth te horen, die ik ken sinds ik klein was. Daar tijdens die gebedsavond kreeg ik de zegen van een rein hart. Weet je wat ik bedoel?

Nadat je gered bent, heb je nog steeds de kracht van de Heilige Geest in je hart nodig – yr Ysbrid Gilan in Welsh. Het is niet genoeg om je zonden te belijden en te weten dat je vergeven bent. Hoewel dat naar eer en geweten geweldig is, maar je moet bereid zijn om je te laten uitwringen van alle gebreken die in je hart zijn gebleven en die je ervan weerhouden om Hem als zijn ware dienaar ook te dienen. Je kunt niet op de achterste rij blijven zitten, lekker veilig. Je moet Gods kracht leren kennen en niets achterhouden; ook geen verlegenheid hebben of onwillig zijn om te getuigen. Dat deed ik wel.
Ik wist al sinds een klein meisje dat ik gered was, maar had me nooit volledig aan God gegeven. In Merthyr deed ik dat. Nu hoop ik dat jullie het verschil kunnen zien dat het voor mij heeft gemaakt. Net als velen van jullie heb ik plotseling nieuwe hoop en nieuwe zegen gevonden in Aberdare. God heeft tot mij gesproken zoals Hij nu tot jullie spreekt op dit moment. 

Kom tot Jezus!, Kom nu! Kom achter mij aan en houd niets achter, en je zult dezelfde zegen vinden…nu, terwijl we zingen “Jezus alleen” (Dim Ond Iesu). Ze bracht de verzen in het Welsh.

Pamela fluisterde in haar oor “oh Kate. De Heer heeft een zegel op je eerste samenkomst gelegd – kijk – negen mensen kwamen naar de nazorg voor bekering terwijl jij het gezang nog aan het uitspreken was. ‘Dank zij Hem!’ (O Diolch Iddo!) ga met deze lieve mensen praten terwijl ik door ga met de bijeenkomst.”

Dit was slechts het begin van het werk dat geheel door vrouwen werd geleid; prediking, gebed, onderwijs, leiding en organisatie. En Gods Heilige Geest bevestigde Zijn Woord.

Alsof dit nog niet voldoende was neem ik jullie mee naar de geschiedenis waar Kate, die dan 17 jaar is, van William Booth de leiding krijgt over het werk in het slechtste, meest zondige en meest armoedige gebied van Zuid Wales, Rhondda. Daarvan had ik al kort iets geschreven, maar nu wat uitgebreider. En bedenk dat Pamela haar dochter van 17 los moest laten om in de “de hel van Wales” te gaan werken. Maar zie hoe God vrouwen zegent en gebruikt tot redding van vele zielen.

Kate (18) in Rhondda

Bij aankomst werd Kate begroet door een man met de woorden “Welkom, …dit is nu het dal van schaduw des doods, Miss Shepherd. Elke dag vechtend om te overleven. Dood onder de grond en de hongerdood er boven.”

Kate luisterde aandachtig. Ze wist wat de strijd om het leven was. Ze was er als kind ook mee geconfronteerd en wist wat het was om honger te hebben. Maar deze ellende overweldigde ook de straten op deze trieste plek.

De man ging verder terwijl een kleine groep achter hem stond, ingetogen en stil terwijl hij het verhaal vertelde. De vrouwen glimlachte kort naar Kate en Charlotte. Hun ogen spraken boekdelen van doodsangst. Ze waren bijna aan het eind van hun Latijn. Ze wisten nauwelijks wat ze met zichzelf aan moesten, dus glimlachten ze maar. Het waren vrij jonge vrouwen die net hun man verloren moesten hebben, weduwen, niet veel ouder dan zij was.

Kate deed moeite om haar gedachten te richten op wat er gezegd werd, “Sommige van onze mannen zien maar één keer per week het daglicht in deze tijd van het jaar, op zondag. Het is donker als ze de mijn ingaan, het is donker beneden en het is donker als ze weer boven komen. De duisternis dringt door tot in het hart. Als deze mannen ooit iets van de geestelijke waarheid hebben geweten, is ook dat beste deel van hen verloren gegaan, net als de Welshe taal hier in Rhondda. Wij zijn de meest gemengde groep in Wales – er is niets dat de mensen bij elkaar houdt zoals in andere delen, behalve onze gemeenschappelijke ellende.

Een man laat zijn vrouw ’s morgens nooit met een kwaad woord achter als hij de mijn ingaat, omdat ze beiden weten dat ze elkaar misschien nooit meer zullen zien, behalve vanaf een brancard. Niemand telt de ongelukken – er sterven er veel op die manier, of sterven de langzame dood van de kolenstofhoest, die onze longen wegvreet. Oh, Miss Shepherd wat kunt u ons vertellen, om ons allemaal wat hoop te geven?”

Kate aarzelde…

“Ik kan de mensen alleen vertellen over het Kruis en over verzoening. Ik kan hen alleen vertellen dat Jezus dezelfde vreselijke levenservaringen doormaakte in een bezet en platgetreden land niet groter dan Wales zelf. Zijn volk was uitgehongerd, geslagen en gekruisigd door het wrede Romeinse leger, verlangend naar bevrijding, en wanhopig.

Sommigen van hen, de Zeloten, vielen zelfs terug op messen en geweld. Hun oude godsdienst was onmogelijk om naar te leven, met zijn eisen, regels en voorschriften. Ook zij hadden de hoop verloren.

Ik kan de mensen alleen maar zeggen dat Jezus ons begrijpt zoals niemand anders dat kan en dat hun Koninkrijk, net als Hij, in de hemel is en dat daarom dit huidige lijden kan worden verdragen door de hoop op wat komen gaat. Dat er vreugde kan zijn, zelfs nu, vanwege dit zekere geloof. Maar om deel te hebben aan deze hoop moet men zich bekeren van alles wat niet waardig is in het leven… Jezus heeft de prijs voor ons betaald, als iemand die de diepte is ingegaan, als in stof en door vuur gestorven, zodat wij hierboven konden leven.

Deze blog in PDF

Kate gaat diep

Ellende in de Rhondda-vallei in 1879 in het jaar dat Kate in Rhondda arriveerde. Bij een explosie in de mijn kwamen 63 (jonge) mannen om. 47 getrouwde mannen lieten 130 kinderen en hun vrouwen achter.

Kate schroomde geen moment om af te dalen naar de diepte om daar met eigen ogen te zien hoe moeilijk de mannen het hadden. 

Eenmaal beneden struikelde ze af en toe terwijl ze zich een weg baande langs de sporen van de ene bediener naar de andere, die als dwergen in het bijna donker zaten met alleen het gloeiwormlicht van hun lampen om te laten zien waar ze waren. 

Ze vond voor iedereen een vrolijk woord, en hun zwartgeblakerde gezichten veranderden in een rood-witte glimlach. 

Sommige mijnwerkers die in zeer nauwe schachten werkten lagen op hun zij te zweten in de hete ijle lucht. Ze waren tot hun middel uitgekleed en hun gezichten hadden de kleur van de steenkool die ze zo moeizaam uit de kistachtige gaten in de rotswand hakten. Kate zei een bemoedigend woord, haar ogen vochtig van stille sympathie voor hun ellendige werk. Ze glimlachte en vroeg hen naar haar bijeenkomsten te komen. De mannen stopten en staarden haar na. 

Nooit eerder hadden ze een vrouw uit de bovenwereld zien neerdalen. Ze kwam anderen tegen die zaten te eten uit hun blikken broodtrommels, en dronken uit hun ‘jacks’ (keramische potten met kurken), koude zoete thee zonder melk. Maar alles zat onder het stof. 

Haar sjaal gleed van haar hoofd en onthulde de donkere schoonheid van haar goed verzorgde glanzende haar. Ze hoefde niet veel te zeggen. Haar aanwezigheid alleen al was een zegening. Zij gingen weer aan het werk met het gevoel alsof hun iets wonderbaarlijks was overkomen. Iets wat zij nog nooit hadden meegemaakt. Het leek alsof een visioen onder hen was neergedaald in het midden van hun gevaarlijke gezwoeg. Zij had ook hun gevaar gedeeld.

Er klonk een laag gerommel van ergens boven hen. Enkele losse stenen vielen onheilspellend van het dak en het hout leek te spannen en te kraken. De mannen die bij haar waren keken bezorgd naar boven en dreven haar voort in de doodse stilte die volgde. Toen het tijd werd om onderaan de schacht te wachten op de kooi die zou afdalen om hen terug te brengen naar de groene wereld daarboven, waar mensen leefden en liefhadden en zongen, was Kate zich bewust van een grote opluchting en ontsnapte ze aan de naamloze angsten van een vreemde wereld die onder de bergen begraven lag. Toen zij snel naar boven werd gedragen en uit de kooi stapte in de frisse lucht van de oppervlakte, was het een zoet moment, bijna alsof zij uit een graf kwam. Het leven leek kostbaar en nieuw zoals zij het nog nooit gekend had. Ja, ze zou nu beter weten hoe ze met de mannen moest praten. Ze nam voor te proberen om een stukje hemel voor hen te maken in de kapellen als ze naar boven komen, stilletjes dankbaar voor iedere dag dat ze nog in leven zijn. God leek op een of andere manier dichterbij op een moment als dit.

Uit de krant

(Owen Morgan was journalist en beschreef de ervaringen die hij rond Kate Shepherd meemaakte:

De opwekkingsbeweging in het Rhondda-district, vooral in Pentre, blijkt te groeien. Tussen de 400 en 500 mensen hebben zich aangemeld als lid van de verschillende christelijke kerken in het district. En zondag werd een groots enthousiasme merkbaar. ’s Morgens hield Miss Shepherd een dienst in de kapel van Siloh, die tot de nok vol zat met toegewijde gemeenteleden, waarvan een groot aantal nog maar kort geleden de meest beruchte figuren van het hele district waren.

Miss Shepherd doet geen poging om te preken zoals er gewoonlijk gepreekt wordt, maar richt zich eenvoudig tot de gemeente met de simpele waarheden van het Evangelie in al hun primitieve eenvoud. Zij spreekt over niets anders dan het Kruis en de verzoening en het is wonderbaarlijk getuige te zijn van hoe haar opgetogen wijze van spreken in het bijzonder één klasse fascineert – de klasse die ‘de ruigen’ wordt genoemd. Tientallen van hen hoor je nu ’s nachts in het openbaar bidden en in korte samenkomsten spreken, sommigen in het Engels, anderen in het Welsh.

Het enthousiasme en opwinding is zo groot dat Miss Shepherd het nodig vond een beroep te doen op de verschillende kerken om avonddiensten te houden in alle kerken, om de toeloop van drommen mensen te verminderen in Shiloh, die haar wilde horen. Dit omdat gevreesd wordt dat het gebouw bezwijkt en er als gevolg daarvan ongelukken zouden gebeuren met de bezoekers door een overvolle kerk. De verschillende kerkgenootschappen hebben gehoor gegeven aan haar verzoek.

Er was aangekondigd dat deze buitengewone jongedame op zondagmiddag een geloofssamenkomst zou houden in een veld bij de Rhondda-rivier in Heolfach. Toen ik net voor twee uur de weg opging richting Pentre hoorde ik iets verderop het geluid van een groep mensen die gezangen zongen, en kort daarop kwam een enorme stoet de weg op, met aan het hoofd Miss Shepherd, een keurig geklede jongedame, netjes en klaarblijkelijk niet ouder dan 18 jaar. Zij had een bescheiden houding, maar was serieus in de taak om het zingen te leiden. Veel van de mannen die achter haar liepen droegen witte rozetten op hun jassen. Het gezang dat zij zongen op het moment dat ik hen ontmoette was:

Siloh-kapel in Pentre

Ik ben een pelgrim op weg naar glorie,
ik ben een pelgrim op weg naar huis;
kom en hoor mij mijn verhaal vertellen,
allen die de Redder liefhebben kom!

Zo liep de stoet naar Heolfach, de stoet werd steeds groter naarmate ze verder ging. Af en toe stak de zoete stem van de jonge vrouw er boven uit om een ander lied in te zetten dat onmiddellijk gevolgd werd door de  menigte. De woorden die zij begon na het eerder genoemde lied waren:

Rots der eeuwen gespleten voor mij,
Laat mij in U schuilen
Laat het water en het bloed
Dat van Uw verwonde zijde vloeid’
Voor de zonde dubbel genezing zijn,
Reddend mij van zonden en maakend mij rein.

Het was ontroerend om te horen en te zien hoe het jonge meisje haar hand ophief en met gelovig enthousiasme de bovenstaande woorden zong. Velen stonden aan de deur toen de stoet passeerde en waren in tranen. Toen zij hun bestemming hadden bereikt, stapten juffrouw Shepherd en haar metgezellen op een kar en juffrouw Shepherd stelde een gezang voor dat met enthousiasme werd gezongen door de grote menigte van tussen de 3000 en 4000 in getal. Daarna volgden gebeden in het Welsh en Engels. Daarna toespraken van enkele jonge mannen, gevolgd door een verkondiging van Miss Shepherd.

“Aan de vrucht kent men de boom”

..zei Jezus (Matt.12:33). Daarom als een-na-laatste een verslag uit de South Wales Daily News van dinsdag 8 april 1879 over het bezoek van William Booth en enige anderen aan Zuid Wales, een goed jaar nadat Pamela en haar dochters het werk daar in meest bizarre omstandigheden mochten beginnen. Een verslag dat de vrucht laat zien van de Heilige Geest door vrouwen heen, die in geloof leiding namen, spraken, onderwezen om Gods liefde in Jezus Christus te laten zien.

Nadat William Booth en enige met hem op het station in Zuid Wales waren gearriveerd liep men in optocht naar de kerk waar een samenkomst zou zijn.

South Wales Daily News – dinsdag 8 april 1879

Wat een optocht. Rijen van mannen die eerder dronkaards waren. Denk aan dat er één van gered was. Denk aan het brengen van vreugde aan één huis, één vrouw, één klein kind zonder schoenen, dat nooit een kus van een vader heeft gekend. Maar hier zijn er honderden, arm in arm, hart aan hart, verlost, gewassen, gered, klaar voor de tijd, voor de eeuwigheid, en hier zijn ook de vrouwen en kinderen, zingend, en brandend voor de bevrijding van anderen, een van zinnen klaar voor elk gevaar. Verscheidene malen stopte men, maakte een kring, deelde getuigenissen en baden openhartig met elkaar in beide talen. Zingend ging men verder tot het tijd was om naar de zaal te gaan.

Het was stampvol. De Treherbert Band (blaasorkest) was het gelukt om binnen te komen. De Heer was er. Het woord van meneer Booth om de dag te beginnen was “Aldus zegt de Here God, er is bij Hem geen aanzien des persoons.”

Pinksteren werd aangekondigd en het was echt Pinksteren. Een man getuigde dat “God hem te veel had gezegend” en dat scheen het gevoel van allen. 

Als het niet geregend had, zou de middagbijeenkomst in een veld hebben plaatsgevonden. De zaal was helemaal vol, op het laatst was ook de nieuwe kapel geregeld, en ook deze was helemaal vol. Maar op beide plekken werd God zichtbaar in aarden vaten, zoals dat alleen kan door aarden vaten. Er werd gesproken over geestelijke strijd, en waren klaar voor de strijd. Ieder bereid om met de wapenen de strijd aan te gaan. Om 7 uur, waren 3000 mensen samengepakt in de Noddfa Kapel, Treorchy. De aanwezigheid van God rustte machtig op de menigte.

Men luisterde met diepe aandacht naar elke toespraak, en af en toe zou je een speld hebben kunnen horen vallen. Vooral toen mevrouw Shepherd en haar beide dochters spraken en toen meneer K Hockey en Br. Robinson een krachtig woord spraken aan het eind, waarop zo’n 16 zielen zich door de dicht opeengepakte massa heen worstelend hun weg naar voren vonden, naar de plaats om te knielen, de  plaats om zich te bekeren. En natuurlijk heeft God hen bevrijd!

Oh! De invloed van die samenkomst! Er moeten er honderden geweest zijn die diep overtuigd raakten. De nachtelijke samenkomst werd aangekondigd om 10:30 te beginnen. De beste plaats die men kon krijgen zou hooguit 600 mensen kunnen bevatten. Er waren er minstens 1000 die aanwezig wilden zijn. De 500 plaatsbewijzen die Miss Shepherd moest verdelen waren snel op. Er was een vreselijke drukte voor de deur. Mannen, die een tijdje geleden nog dronken waren en vloekten waren nu bereid alles te doen voor die kans om een hele nacht bij Jezus te zijn. We kunnen ons afvragen wat dit teweeg heeft gebracht.

Stel je voor, zeg dat er 700 mensen opeengepakt waren; zittend, staand, knielend, in deze school te Pentre. De meesten van hen behoren nu tot hun Heer, maar de meesten van hen waren pas in de laatste drie maanden gered. De bijeenkomst werd geopend met gezang en vurig gebed. Meneer Booth las vervolgens een gedeelte uit het vijfde hoofdstuk van de 1e Thessalonicenzen, waarbij hij erop aandrong dat allen geheiligd en apart gezet moesten worden. Hij legde de voorwaarden uit waaronder God bereid was dit te doen, alsmede dat God bereid was het te doen.

Broeder Coombes illustreerde met zijn eigen ervaring en legde uit hoe God die heerlijke verlossing God aanbiedt. De geest van God rustte plechtig en machtig op allen en liet de waarheid duidelijk bij mannen en vrouwen binnenkomen, waarop werd gezongen: ‘Witter dan sneeuw’. Daarna sprak broeder Robinson met vrijmoedigheid. Toen hij ging zitten was er een ogenblik van pauze. Een broeder uit Cardiff stond op en vertelde ons hoe hij geheel geheiligd was en hoe God hem had verlost van de begeerte naar tabak, maar hem tegelijkertijd reinigde van zondige gewoonten.

Daarna sprak mevrouw Shepherd een krachtig woord, en toen zij haar plaats weer innam worstelde een broeder zich met moeite door de menigte, stapte op een stoel en zei: “Christelijke vrienden, zeven weken geleden in de zaal in Pentre werd ik overtuigd en bekeerd onder leiding van mevrouw Shepherd en sindsdien ben ik een nieuw mens. Maar vanavond ben ik weer in tweestrijd, ik voel dat ik ik meer wil en ben bereid alles op te geven. Ik heb één afgod, het is mijn pijp, hier is het. ” En terwijl hij het uit zijn zak trok, gooide hij het op de grond. Dit werd gevolgd door een soortgelijke bekentenis van de kant van een ander, terwijl een derde verlossing vroeg van zijn opvliegerig gedrag.

Dit alles gebeurde spontaan en op een natuurlijke manier. God kiest Zijn eigen tijd en manier van werken, maar deed dat voor onze ogen, geheel vernieuwend. Deze mensen kwamen vrijmoedig op het moment dat zij de mogelijkheid zagen en de behoefte voelden, zonder verzoek of uitnodiging van de mens. Ze stonden op, beleden uit hun hart en verlangden naar slechts één ding; volmaakte vrede met God zelf.

Dit ging zo enkele minuten door. Misschien wel zo’n 20 mannen en vrouwen die kans aangrepen en hun nood erkenden, en de noodzaak tot bekering. Vastberaden om volledig gered te worden legde ze hun pijpen of andere genotsmiddelen neer, zoals een zuster zei: ‘overbodige en verkwistende begeerten’.

Op dat ogenblik werd de vergadering geschorst voor het ronddelen van enkele verfrissingen. Meneer Booth legde vervolgens enkele basisregels uit over het geloofsleven. Hij legde bijzondere nadruk op drie vereisten, waarvan er één was dat bekeerlingen zich moesten ontdoen van alles waar zij trots op waren en van alles wat hen hinderde om hun hele hart aan Christus te geven.

Terwijl er voor de meeste dingen duizend en één wegen zijn, zo zullen er altijd verschillen van methode zijn om de mens tot bekering en een goed leven te brengen. Waar de aartsbisschop van Canterbury zou falen, zou een mijnwerker kunnen slagen. Een briljante preek van Canon Liddon, onder het gewelfde dak van de Sint Pauls Cathedral hoeft geen beweging te brengen in de met zonde beladen ziel van één persoon, terwijl het enthousiasme van een meisje zoals Kate Shepherd van het Leger des Heils het verborgen verlangen naar geloof op kan wekken in duizenden.”

Kate was een jonge vrouw van 18 jaar, die net als de discipelen niet theologisch was geschoold, maar werd geleid door de Heilige Geest. Was ze niet geschikt om te prediken, te onderwijzen en te leiden?

Door haar onbevreesde toewijding aan Jezus, en haar geloof, kwamen duizenden tot geloof in Jezus, werden gered en vernieuwd in hart, handel en wandel.

Als laatste laat ik Florence Booth aan het woord, de schoondochter van de oprichter van het Leger des Heils, William Booth. Zij deelde in de South Wales Daily News van 1904 het volgende:

Florence Booth

“Aangaande mijn opvattingen over de rol die de vrouw zou moeten spelen in de opwekking en in het kerkelijk werk in het algemeen, kan ik slechts een paar woorden zeggen. Dat is dat een vrouw altijd op de voorgrond zou moeten staan in zaken die God en Zijn koninkrijk betreffen. In niets is de invloed van de Verlosser eerder gevoeld in de wereld dan door het nieuwe vrouwzijn dat door Zijn invloed is gevormd.  Dat is de vrouw zoals de wereld haar kent sinds Christus kwam en haar bevrijdde. Dit is een totaal ander wezen dan de vrouw van vroeger. Haar invloed, haar positie, haar voorbeeld, haar verantwoordelijkheden zijn allemaal veranderd. 

Het is bekend en niet te ontkennen dat de vrouw duidelijk voorliep op de mannen in haar dienstbaarheid en liefde toen Jezus op aarde was. De vrouw speelde een grote rol in de meeste belangrijke gebeurtenissen van Zijn leven. Toen mannen Hem in de grootste nood in de steek lieten en vluchtten, waren het vrouwen die trouw bleven. Voor zover wij weten heeft geen enkele vrouw die zich eenmaal bij Hem aansloot Hem verlaten of zich teruggetrokken.
In het Leger des Heils wordt het principe gehandhaafd dat de vrouw een gelijk aandeel heeft in de dienst van God, gelijk aan de man. ‘Er is noch man noch vrouw in Christus Jezus’…”

Nawoord

Dit was het aangaande de rol van vrouwen in het lichaam van Jezus. Rest mij om mijn verdriet te delen om onbijbelse leerstelling dat de Heilige Geest door vrouwen moet zwijgen. Ik deed daar eens aan mee tot ik zelf de grondteksten kon gaan verstaan vanuit geestelijk standpunt. Ik begrijp nu niet meer dat “de kerk” doet alsof er binnen kerkmuren een ander evangelie zou gelden dan buiten de kerkmuren. Alsof vrouwen in zendingsgebieden wel mogen preken, onderwijzen en hun leven in mogen zetten, maar in de kerk niets te zeggen mogen hebben; en dat vrouwen wel het evangelie mogen delen in de zondagsschool, maar niet in de kerkzaal. We lijken echt de weg van Jezus kwijt te zijn. Vinden we ons kerkelijke veilige gewoonten belangrijk, of strekken we ons uit naar die verloren zielen die buiten staan? Vrouwen in Christus zijn (ook) geroepen, wie houdt ze tegen?

Tot zover stof tot nadenken, tot gebed, en hopelijk tot bekering van velen.

Johan de Ridder

CategoryMan&Vrouw, Vrouwen
Plaats een reactie:

*

Jouw e-mailadres wordt niet getoond!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Baptistengemeente Ichthus Alphen a/d Rijn