Daniël krijgt een merkwaardig visioen over 70 weken

In het onderstaand artikel probeer ik de volgende vragen te beantwoorden:

Welke weken?

Wat betekent dit?

Heeft dit ook nu nog betekenis?

Wat kan ik ermee ?

Daniël neemt ons mee, vanuit een ver verleden in het Oude Testament, naar de toekomst; naar de laatste zeven jaar voor de terugkomst van de Messias. Die zeven jaren zijn nauwkeurig beschreven in het boek Openbaring.

De intocht in Jeruzalem

In Mattheüs 21 vers 1-11 lezen we:

En toen zij Jeruzalem naderden en in Bethfagé bij de Olijfberg gekomen waren, zond Jezus twee discipelen uit en zei tegen hen: Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij. En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen. Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet, toen hij zei: Zeg tegen de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is. En de discipelen gingen heen en deden zoals Jezus hun bevolen had; zij brachten de ezelin en het veulen,  en zij legden hun kleren erop en  zetten Hem daarop. En het grootste deel van de menigte spreidde hun kleren uit op de weg en anderen hakten takken van de bomen en spreidden ze uit op de weg. De menigte die vooropliep en die volgde, riep: Hosanna, de Zoon van David!  Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen! Toen Hij Jeruzalem binnenkwam, raakte heel de stad in opschudding en men zei: Wie is Dat? De menigte zei: Dat is Jezus, de Profeet uit Nazareth in Galilea.

Merkwaardig gedeelte. Heb je er wel eens over nagedacht?

De Here Jezus is met zijn discipelen bij de Olijfberg. Het is ongeveer een week voor Pasen. DE Pasen waarop de Here Jezus zichzelf zou geven als het Paaslam; het volmaakte offer. Vanaf de olijfberg zagen ze Jeruzalem; de stad van de grote Koning, de stad van de tempel, de stad van David en het koningschap over Israël.

Veel profetieën gaan over de glorieuze intocht van de Zoon van God als koning van deze wereld. Hij zal komen op een wit paard (Openbaring 19) gevolgd door legers uit de hemel, om strijd te voeren en overwinning te brengen Op Zijn bovenkleed zal staan: Koning der koningen en Here der Heren.

Wat een tegenstelling op deze dag in Mattheus 21 waar staat: de Heer laat een ezelin halen met haar veulentje erbij. Schattig en verterend beeld. De discipelen zijn bereid om hem daarbij te helpen. Ze tillen de Here Jezus op en zetten Hem op de ezel en de mensen spreiden hun kleding uit en roepen Hem uit tot Koning…zoals er staat geschreven: Uw Koning komt tot U! Waar was dit voor nodig? De Here Jezus wist immers wel wat er zou gaan gebeuren.

Waarom op een ezel?
Waarom op die dag?
Toeval of uiterst precies gepland?

We gaan proberen het antwoord te vinden aan de hand van een aantal andere bijzondere profetieën.

Het volk Israël heeft zich niet altijd gehouden aan de afspraken die ze hadden gemaakt met de Here God die hen had uitgekozen als Zijn volk. Na de moeizame verovering van het beloofde land ging het onder Koning David nog prima, onder Salomo was het al een stuk minder. De afgoderij nam hand over hand toe. De toewijding aan de Here God werd verzaakt en de sabbat werd niet meer gehouden. Het rijk splitste zich uiteindelijk in het 10 stammenrijk en het 2 stammenrijk.

Precies zoals God in de wet had geschreven, als het volk God los liet zou God het volk loslaten. (Heel anders trouwens is het in de genadetijd waarin wij als christenen nu leven. Als wij God loslaten, houdt Hij ons vast!)

Eerst liet de Here God het 10 stammenrijk los en werden zij weggevoerd in 721 vChr. Het twee stammenrijk van Juda en Benjamin bleef over, maar ook daar ging het mis en werden zij weggevoerd tussen 605-586 vChr.

We lezen in 2 Kronieken 36:20-21:

En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, tot het koninkrijk van Perzië ging regeren, om het woord van de HEERE, bij monde van Jeremia gesproken, te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbatsjaren. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren.

In Jeremia 25:9-11 lezen we:

Ik zal uit hun midden doen verdwijnen de stem van de vreugde, de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van de molenstenen en het licht van de lamp.
Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen.

Hoe zit dat met die zeven dagen, zeven weken, zeven jaren, zeventig jaren…?

Onder de Babylonische ballingschap zat het volk Israël zeventig jaar in Babylonië. Maar ook daarna nog, want niet iedereen keerde terug na zeventig jaar. Waarom zat het volk Israël in Babylon en waarom duurde de Babylonische ballingschap zeventig jaar?

God schrijft aan Israël rustperioden voor. Zo lezen we in de bijbel over sabbatsjaren als het zevende jaar na een periode van 6 jaren, en over jubeljaren als het vijftigste jaar na een periode van 49 jaren) voor Israël.

Het gaat hier dus om periodes van zeven jaar, en periodes van 7 x 7 jaar.

Zeven is belangrijk

  • Op de zevende dag moesten de Israëlieten rusten, ook de dieren mochten niet ingezet worden, zodat de mensen en dieren konden rusten (zie Exodus 23:12)
  • In het zevende jaar mocht de Hebreeuwse slaaf als een vrij man vertrekken
  • In het zevende jaar moest het land braak blijven liggen

Verder moest Israël zeven “sabbatten” tellen, zeven keer zeven jaar. Het jaar na het negenenveertigste jaar, na het zevende sabbatsjaar dus, was een jubeljaar. Dat vijftigste jaar was nog een extra jaar rust.

Dan werd al het verkochte land terug gegeven aan de oorspronkelijke eigenaar.

God had beloofd dat Hij in het jaar voorafgaand aan het sabbatsjaar zoveel aan opbrengst van de oogst zou geven, dat men er twee of drie jaar (Jubeljaar) mee vooruit zou kunnen.

God houdt Zijn woord.

Blijkbaar heeft men zich voorafgaand aan de ballingschap niet gehouden aan wat God had geboden. Geen sabbatsjaren, geen jubeljaren. De afspraak die aan de voet van de Sianï was gedaan, dat men zich zou houden aan alles wat God hen had geboden, was allang door de Israëlieten vergeten.

Na vele waarschuwingen door de profeten, zette de Here God Israël het land uit, zodat het land alsnog zijn sabbatsjaren zou krijgen. En daar zaten ze in Babel om zeventig sabbatsjaren in te halen. Het moet dus een periode van 490 jaar zijn geweest dat Israël geen sabbatsjaren heeft gehouden. Na deze zeventig jaar zou het nooit meer worden als het was.

Ver van het beloofde land Israël, daar in Babel, bestudeerde Daniël de profetieën. Hij las het hierboven genoemde gedeelte in Jeremia 25 en ontdekte dat er reeds achtenzestig jaar van de zeventig voorbij waren. Daniël was behoorlijk ontdaan. Hij had net hele andere profetieën gekregen over een verre toekomst. En als antwoord op zijn vraag hoe ver het was, hoe het stond met de terugkeer en of de tijd al was gekomen, kreeg hij de profetie van de zeventig jaarweken.

In Daniël 9 vers 24-27 lezen we:

U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden. Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.

Dit is de meest basale en meest belangrijke sleutel tot het begrijpen van de profetieën en de tijden aangaande de eindtijd in de Bijbel!

Dit is iets wat iedere christen zou moeten weten !

  • De zeventig weken van Daniël zijn eigenlijk 70 x 7 jaren. Dat heeft te maken met het woord “week” dat in het Hebreeuws ook zeven jaren kan betekenen, een zeven van zevens. Hier dus 70 x 7 jaar: in totaal 490 jaar
  • 7 x 7=49 jaar duurde de herbouw van de tempel
  • En daarna 62 x 7 = 434 jaar verder, tot op een gezalfde; de Vorst
  • Dat maakt 49+434=483 jaren.
  • en dan blijven er nog zeven jaren over om de vierhonderdnegentig vol te maken. Die zeven jaren worden in het boek Openbaring beschreven.

De profetie in Daniël en Openbaring gaan over Israël

Behalve de zeventig jaar waar Jeremia over profeteerde, blijkt een zeker moment het beginpunt waar de zeventig jaarweken, ofwel die vierhonderdnegentig jaren gaan tellen. De start dus van een periode van vierhonderdnegentig jaar die specifiek gaan over Jeruzalem en het volk Israël. Deze twee zijn nauw met elkaar verbonden, zoals dat ook vandaag het geval is.

We gaan inzoomen op de 70 x 7 jaar waarin de geschiedenis van Israël zal worden neergezet.

De telling begint met  Daniël 9:25, waar een een woord uitgaat om:

  1. terug te keren, en…
  2. Jeruzalem te laten herbouwen.

Er zijn meerder Bijbelgedeelten die over een dergelijke gebeurtenis gaan. Maar de meest passende gaat over Nehemia en koning Arthahsasta in Nehemia 1. Daar lezen we over het gebed van Nehemia en zijn gesprek met koning Arthahsasta. In:

  1. het jaar 445 vChr,
  2. de maand Nisan,
  3. in het 20e jaar van de regering van de koning.

Want de zeventig jaren zijn allang gepasseerd en het eerste gedeelte van het volk is terug gegaan naar Jeruzalem. Waarom was Nehemia nog in Babel? Omdat God nog een taak voor hem had daar bij de koning.
Nehemia was de schenker van de koning, en was op een gegeven moment verdrietig in de nabijheid van de koning, die hem vroeg naar zijn verdriet. Nehemia vertelde de koning dat hij hartzeer had over Jeruzalem. De stad die nog steeds (ook na de ballingschap van zeventig jaar) in puin lag. Het resultaat is dat de koning hem bevelschriften meegaf voor de herbouw van de poorten van de stad, waarop hij terugkeerde naar Jerusalem.

In Nehemia 2:7-9 lezen we:

Verder zei ik tegen de koning: Als het de koning goeddunkt, laat men mij dan brieven geven voor de landvoogden van het gebied aan de overzijde van de rivier, dat zij mij doorgang verlenen totdat ik in Juda ben aangekomen, en een brief voor Asaf, de bewaker van het kroondomein dat de koning heeft, dat hij mij hout geeft om een zoldering te maken voor de poorten van de burcht die bij het huis van God hoort, voor de stadsmuur en voor het huis waar ik naartoe zal gaan. En de koning gaf ze mij, omdat de goede hand van mijn God over mij was.
Toen kwam ik aan bij de landvoogden van het gebied aan de overzijde van de rivier en gaf hun de brieven van de koning. De koning had legerofficieren en ruiters met mij meegestuurd.

De telling van de zeventig jaarweken is begonnen.

Eerst worden 7 x 7 jaar gebruikt om plein en gracht van de tempel te herstellen. Als dus de eerste zeven weken zijn gebruikt voor de herbouw volgt de profetie over de Messias in Daniël 9:26:

die na de 62 weken zal worden uitgeroeid, maar het zal niet voor hemzelf zijn.

Totaal dus 69 weken tot die profetie is vervuld. Laten we gaan rekenen. (De Bijbel kent niet de zonnekalender maar de maankalender)

Een jaar in de Bijbel telt 360 dagen volgens de maankalender. Negenenzestig jaarweken (69×7) x 360 dagen zullen er dus verstrijken. Dat zijn dus 483 jaar volgens de Bijbelse telling.
Wanneer we rekenen vanaf 445 vChr en dan vervolgens (incl. jaar nul) doorrekenen, komen we uit in het jaar 32 Chr. En volgens de deskundigen kwam Jezus in de maand Nisan, precies op de dag van Nehemia Jeruzalem binnen, vlak voor Zijn sterven.

De Here God liet aan Daniël zien wanneer de Messias, de Vorst zou komen; Israël had het kunnen weten.

 

Wanneer we terug gaan naar de tekst van Daniël 9, dan zien we dat zelfs de dood van de Here Jezus al in deze profetie staat beschreven. De Messias zal worden uitgeroeid, maar het zal niet voor hemzelf zijn.

Nee, het was:

  1. in de eerste plaats voor het volk Israël om de prijs van hun zonden te betalen, en
  2. het was in de tweede plaats ook voor ons heidenen,

maar dat heeft Daniël waarschijnlijk nooit begrepen en met hem vele oud testamentische profeten ook niet.

Dat Hij (Jezus) de Heer, op een ezel de stad binnen zou komen als arm man, dat had Zacharia reeds opgeschreven. De Here God liet ook hem zien op welke wijze de Messias, de gezalfde Jeruzalem zou binnenkomen. In Zacharia 9:9 staat:

Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin.

De verwoesting van Jeruzalem voorzegd

In Daniël 9:26B lezen we:

Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is.

En daarna zal de tempel worden verwoest en Jeruzalem, en daarna werd het stil. En dat is gebeurd onder Keizer Titus in 70 nChr. En “het volk” welke in de tekst genoemd is, dat waren de Romeinen. (volgens Josephus onder keizer Vespasianus…maar dat heeft met verschillende kalenders te maken)

Geen volk, geen tempel, geen Messias, geen Koning. Het werd stil…..

De tekst maakt ineens een sprong naar het EINDE, maar we zijn nog niet aan het einde, want er was nog een jaarweek (zeven jaar) over. Wanneer die laatste jaarweek (vers 27) direct na de negenenzestig jaarweken was gekomen, dan was het einde al gekomen. En dat is niet het geval omdat niet heel Israël Jezus als Messias heeft erkent. En nu is het alsof de tijd voor Israël is stilgezet en er een tussenperiode is gekomen.

Tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is….

Die laatste week loopt tot het einde, de laatste zeven jaar. Er zit dus een pauze in de profetie. De tijd van genade voor de wereld, de niet-Joden die tot geloof in de Here Jezus Christus kunnen komen. En in die periode zitten wij. De negenenzestigste week is geweest en de zeventigste is nog niet begonnen. Het is dus alsof er voor Israël en haar redding een gat zit tussen de negenenzestig weken en de zeventigste week.

De zeven jaren

Dan staat er in Daniël 9:27:

Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.

Wat kunnen we nog verwachten van deze zeventigste week en wat gebeurt er daarna ?

De 69 weken leidden naar de eerste komst van de Messias en de zeventigste week zal leiden naar de tweede komst van de Messias.

  • De eerste komst op een ezelin met haar jong.
  • De tweede komst als de ruiter op het witte paard in openbaring 19.
  • De eerste keer met de boodschap van genade, verlossing en bevrijding voor een ieder.
  • De tweede keer met de boodschap van genade, verlossing en bevrijding voor het volk Israël.

De laatste zeven jaar staan uitvoerig beschreven in het boek Openbaring, in de hoofdstukken 6-19. Ook de tweedeling van deze zeven jaar die Daniël vernam, staat daar beschreven. In Daniël 9:27b staat:

Halverwege de week (zeven jaar) zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.

In Openbaring 11 en 12 wordt twee maal een periode van 1260 dagen genoemd, wat precies zeven jaar is. Wanneer we ook deze laatste jaarweek uit Openbaring 6-19 bij de 483 jaar optellen, dan heeft Israël 490 jaar gewacht, en dan komt de Messias.

Het vrederijk, rust voor de aarde. 

Dat zou dan rust moeten betekenen voor Israël. En volgens Hebreeën wacht er inderdaad rust voor het volk.

Maar er is meer, want dan zal het jubeljaar van de jubeljaren aanbreken. Rust voor de mens, rust voor de dieren, vrede en gerechtigheid door de Here Jezus als koning te Jeruzalem.

Volgens de bijbelse kalender zitten we niet ver meer van het jaar 6000

Petrus schrijft “één dag is bij de Here als duizend jaar” en de schepping(mensheid) is bijna zesduizend jaar oud.  Ongeveer vierduizend jaar tot Christus en tweeduizend jaar erna. Na vier dagen dus voor Jezus’ eerste komst en twee dagen tot Zijn tweede komst maakt de zes dagen vol. Tijd voor een rustdag voor de aarde, de zevende dag van het 6000e tot het 7000e  jaar.

Precies wat het boek Openbaring aangeeft in Openbaring 20:6:

Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen  priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

De sabbat voor de wereld, RUST !

Wat kan ik ermee?

Waarom duurt het dan zolang voordat deze sabbat, de zevende dag voor de wereld aanbreekt?
Petrus geeft daarop het antwoord in 2 Petrus 3: 8-14:

Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede.

Er is nog genade, maar… de zesde dag is bijna om en de zevende staat te beginnen. De laatste zeven jaar, de laatste jaarweek voor de wereld kan ieder moment beginnen.

Heeft de Here God deze wereld nog in handen?
Gaat het ooit goed komen met de schepping?
Zal Israël werkelijk worden hersteld?
Zal de Here Jezus werkelijk koning worden in Jeruzalem?

Het antwoord is JA, precies op TIJD.

                   Hallelujah!

Write a comment:

*

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Baptistengemeente Ichthus Alphen a/d Rijn