Voordat we onderwerpen zoals “Vrouwen in de gemeente van Jezus” met elkaar bespreken moeten we eerst stilstaan bij de grootste bron van verwarring en reden van wederzijds onbegrip. Dit gaat over de wijze waarop jij en ik de Bijbel gebruiken bij onderwerpen waar we anders over kunnen denken. Eerst staan we dus stil bij “Verantwoord Bijbelgebruik”.

Een tweede stap die we dan zullen maken is dat we stil staan bij “Verantwoord thema-gebruik”. Daarmee wordt de inleiding op de studie over vrouwen wel groot, maar zonder je bewust te worden van je eigen wijze van Bijbellezen en vanuit welke vooronderstellingen je vertrekt, kun je nooit eerlijk worden. 

Artikel in PDF

EERLIJK BIJBELLEZEN

De geschiedenis van Bijbelvertalingen

John Mill(1645-1707) was een vooraanstaand theoloog, nieuwtestamenticus en hofpredikant in Engeland. Hij was zeer bedreven in de klassieke talen, en kwam na dertig jaar NT-studie tot een Griekse basistekst van het NT. Hij had deze samengesteld uit 100 beschikbare Griekse manuscripten die hij had onderzocht op afkomst en betrouwbaarheid. Hij bracht voetnoten aan waarin de afwijkingen tussen de 100 manuscripten werden aangegeven. Het bleken er 30.000, en dat was schrikken.
Hij werd sterk bekritiseerd door velen uit de toenmalige kerk. Deze werden geconfronteerd met het feit dat “hun onfeilbare Bijbel”, waar ze eeuwen hun theologie op hadden gebouwd, niet zo onfeilbaar bleek. John Mill had geen kritiek op de Bijbel, maar had slechts een eerlijke intentie om tot een zuivere basis grondtekst te komen van dat kostbare Woord.

Toen het boek ‘Opwekking begint bij jezelf’ in het Nederlands uitkwam, vertaald door een vriend van mij, stond een redacteur van het Reformatorisch Dagblad op zijn stoep om er een krantenartikel over te schrijven. De redacteur vond het gebruik van de Statenvertaling in dat boek ongepast omdat het boek niet vanuit de Gereformeerde gezindte was geschreven. Stel je voor, een Statenvertaling, alleen voor orthodoxe Gereformeerden. Binnen deze gezindte bestaat de neiging om alles wat uit een andere vertaling komt te classificeren als “niet van God”.

Wat wordt er bedoeld met ‘de Bijbel is het onfeilbare Woord van God’? Als we zien dat de Bijbel is gebruikt als excuus voor oorlogen, slavernij, kerkelijke posities, uitbuiting en autoriteit, als emotioneel troostmiddel, als bron voor strijd en partijschappen. En we zien Lenard Cohen met zijn ‘Halleluja’ en Boney M met hun ‘by the rivers of Babylon’ het gebruiken om popliedjes mee te schrijven.

Bedoeld men dat de tekst van een bepaalde vertaling zonder enige fout is?  Of dat die ene vertaling ‘de wet van Mozes’ is voor de christenen? Of wordt er mee bedoeld dat die ene vertaling het dichtst bij Gods bedoeling ligt, en hoe weet je dat?
Zijn de vertalers van die Griekse tekst technische vertalers geweest, of geestelijke mensen die door handel en wandel 100% werden geleid door de Heilige Geest?
Welk gedachtengoed namen de vertalers mee vanuit hun kerkelijke achtergrond, of was hun vertaling ontstaan uit verzet tegen de R.K.K. in de 15e en 16e eeuw? En is die Griekse tekst in zichzelf eigenlijk onfeilbaar?

De Griekse tekst.

Er waren binnen de joodse traditie strikte richtlijnen voordat je overschrijver kon worden. En er bestonden strikte regels en een controleprocedure bij en na het overschrijven. Iedere letter moest uiteindelijk geteld worden. De overschrijvers Seforim (schriftgeleerden) hebben dan ook groot aanzien in het Jodendom en worden geacht “heilig” te zijn.

Voor het NT was die controle zeker niet centraal geregeld als in het Jodendom. Er werd overgeschreven in het hele gebied rond de Middellandse zee, veelal in het enthousiasme om het evangelie door te geven. In verschillende theologische scholen van de eerste eeuwen werden er kanttekening bij teksten geplaatst, soms zijn die kanttekeningen meegenomen en in enkele bekende gevallen werden ze onderdeel van de tekst. In de NBG51 zijn deze gemarkeerd tussen brackets [ ]. 

De Griekse taal ontwikkelde zich in bijna 2000 jaar van 4e eeuw v.Chr. tot de 16e eeuw van onze jaartelling. In die periode ontstaan kopieën van kopieën met grammaticale aanpassingen, bewuste en onbewuste toevoegingen. Ongetwijfeld waren ingeslopen wijzigingen  niet met een slechte intentie aangebracht. Een kostbare opmerking in de kantlijn kon zomaar mee worden genomen in de gehele tekst bij het overschrijven.

Hoe onvolledig die gevonden Griekse teksten zijn zien we o.a. bij het evangelie van Marcus, het oudste van de vier. Geschat wordt dat deze tussen 50-70AD is geschreven, maar niets van die tijd is bewaard gebleven. Het oudst gevonden stukje tekst(P45) van Marcus dateert van 220AD(en dan nog maar gedeelten van slechts 8 hoofdstukken), een kopie van kopie van een kopie… Een volgend gevonden tekst van het Marcusevanglie dateert van weer 100 jaar later. Alle gevonden Marcus evangeliën of gedeelten daarvan laten vervolgens verschillen zien. We moeten beseffen dat ook de brieven van Paulus in dezelfde tijd als het Marcusevangelie zijn geschreven, en ook dezen werden overgeschreven om voorgelezen te kunnen worden in andere gemeenten (Kol.4:6). 

Nemen we dan het Johannesevangelie, waarvan het oudst gevonden gedeelte moet zijn geschreven tussen 100-120AD, een stukje ten grote van een creditcard, meer niet.

Zo missen we een volledige derde brief aan de Korintiërs, de brief waar Paulus aan refereert in 1Kor.5:9, dus missen we daarmee ook begrip van sommige situaties, waardoor we zelf dingen moeten invullen.

De oudste (bijna)complete Griekse Bijbel (Canon) wordt bewaard in het Vaticaan. Dit is de Codex Vaticanus uit 325AD. De schrijver daarvan, die de naam Scriba B heeft gekregen, staat bekend om zijn/haar nauwkeurigheid. Uit onderzoek is gebleken dat de oudere losse teksten die deze Scriba B gebruikte, met uiterste precisie zijn overgeschreven. Scriba B heeft alle aantekeningen en markeringen naast de Bijbeltekst meegenomen. Er zijn ongeveer 120 markeringen aangetroffen die aangeven dat een gedeelte uit de tekst werd beschouwd als niet origineel van de auteur. Daaronder valt ook de tekst over vrouwen in 1Kor.14:34-35. Waarom deden de overschrijvers dit, waarom lieten ze het niet gewoon weg? Dat heeft mogelijk te maken met trouw van de schrijvers die hun taak als “heilige opdracht” hadden aanvaard. Mogelijk ook vanwege loyaliteit aan bepaalde wijze mannen binnen de kerk, waarom met het niet weg durfde te laten. Of gewoon omdat de kerkcultuur van die tijd een standpunt aanvaard had die overeen kwam met de toevoeging.

Al deze niet origineel geachte “toevoegingen” waren voor de uitgave van deze Bijbel in 325AD reeds gemarkeerd in oudere manuscripten. Dit op ondubbelzinnige wijze: 1. met twee puntjes in de kantlijn (zie afbeelding), en 2. door deze teksten achter de puntjes te laten inspringen en soms bevestigd met een liggend streepje voor de text. (zie voor de publicatie met afbeeldingen van het onderzoek op Cambridge University Press). 

In de Nestle Aland-uitgave van de Griekse tekst zien we bij deze twee verzen alleen al 11 afwijkingen in de verschillende manuscripten die gevonden zijn (later daarover meer). Wanneer de verzen 34 en 35 van 1Kor.14 als toevoeging van een overschrijver wordt aanvaard, en nu worden weggelaten, dan blijkt de overige tekst logisch binnen het thema rond geestelijke gaven te passen. Kunnen we net als de eerste christenen voor 325AD accepteren dat de verzen 34 en 35 er niet thuishoren, of komt ons dat slecht uit? Want juist deze tekst is wellicht de meest botte verbodstekst aangaande vrouwen in de kerk. In de studie over vrouwen zal ik een thematisch overzicht geven van de eerste brief aan de Korinthiërs waarbij je zult zien dat de verzen 34 en 35 vreemd zijn binnen de rest van de brief.

De “grondtekst” in het Grieks

Tot nu toe zijn er ongeveer 5500 Griekse manuscripten gevonden, gedeelten of hele boeken. Daarvan is 94% gedateerd na de 9e eeuw. Van deze 5500 gevonden manuscripten kan tot op heden niet precies gezegd worden hoeveel afwijkingen er zijn. Er zijn onderzoekers die 400.000 verschillen hebben geregistreerd, variërend van kleine grammaticale aanpassingen om het Grieks correct te laten zijn, tot meerdere verzen die in oudere manuscripten niet voorkwamen en plots verschijnen in een tekst. Zie voor een beknopt overzicht de publicatie van G.W. en D.E. Anderson waarin het onderzoek van Payne rond 1Kor.14:34-35 niet is meegenomen. De publicatie van G.W. en D.E. Anderson gaat voornamelijk over de verschillen tussen verschillende vertalingen, en niet over de grondtekst.

Toevoegings-markeringen in de Codex Vaticanus, hier bij bij 1Kor.14:34-35

 

Internationaal onderzoek

Het Grieks Nieuw Testament van Nestle-Aland is de internationale standaard voor de Griekse tekst van het NT. Alle Griekse manuscripten worden door het Münster Institute voortdurend bekeken aan de hand van nieuwe vondsten. Ook onderzoeksmethoden geven steeds meer duidelijkheid over oude, soms bijna onleesbare manuscripten. Eens in de X jaar komt er een aangepaste versie uit. De laatste uitgave, de 28th Revised Edition, dateert van 2012.

“The general task of the Münster institute is research into the textual history of the Greek New Testament and the reconstruction of its initial text.“.

Vertaald:

“De algemene taak van het Munster-instistuut is: onderzoek naar de tekst-geschiedenis van het Griekse Nieuwe Testament en het reconstrueren van haar eigenlijke (grond)tekst

Dit door al het gevonden materiaal te blijven vergelijken met alle beschikbare oude teksten; Grieks, Latijn, Syrisch, Byzantijns, van de Alexandrijnse school, van de Antiocheense school, etc… Met als doel zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te komen. De Nestle-Aland uitgave van het Grieks NT vermeld in voetnoten en met markers welke andere mogelijkheden er zijn, op grond van welke vondsten. Alle keuzen heeft men verantwoord en opgenomen in een aparte uitgave, het z.g.n. Novum Testamentum Graece, xxth Edition: Critical Apparatus. Iedere verwijzing naar een perkament wordt daarin opgenomen en iedere keuze verantwoord, waarom er gekozen is om dat bepaald historisch stukje perkament als “meest betrouwbaar” te kwalificeren.

De Textus Receptus

De NBG51 vertalers maakte gebruik van de Alexandrijnse tekst, de oudste en best bewaarde tekst van het NT. O.a. deze tekst heeft Nestle als basistekst gebruikt. De Textus Receptus daarentegen werd wel meegenomen als vergelijkingsmateriaal door onderzoekers van het Münster Institute maar niet als volkomen betrouwbaar geacht.

De Statenvertaling als ook de HSV gebruikten de Textus Receptus van de liberale humanist en kerkcriticus Erasmus. Deze tekst is 500 jaar oud, en verfijning van inzichten door later gevonden manuscripten zijn daarin slechts verwerkt in de ruim 150 jaar na het verschijnen van de eerste uitgave in 1516.
Erasmus had voor zijn eerste uitgave slechts 6 manuscripten in het Grieks, allen gedateerd na de 12e eeuw. Zo heeft Erasmus heel de Openbaring aan Johannes vanuit het Latijn terug moeten vertalen naar het Grieks, alsmede andere Bijbelgedeelten die hij niet in het Grieks tot zijn beschikking had. Achteraf gezien een ongelooflijk knap werk, maar met beperkingen. Nog steeds menen mensen dat zij, met de Statenvertaling en nu met de Herziene Statenvertaling, het onfeilbare woord van God in handen hebben. Dit laat zien hoe weinig objectief een mens kan zijn. Al moeten we zeggen dat, ondanks de beperkingen, de Textus Receptus een wonder is.

Vertalingen

Los van al die verschillende Griekse teksten, zien we dus een sterke factor van de menselijke beperking om een bepaalde vertaling als “heilig” te achten. En daarmee zichzelf af te sluiten van een dieper verstaan van de Bijbel.

In Katwijk kennen we de opmerking “de dominee heb ’t ezat” (de dominee heeft het gezegd), en de dominee spreekt vaak vanuit kerkelijke leerstellingen die leidend zijn, die bepalen hoe je de Bijbel moet verstaan. Leerstellingen die je beperken om iets anders te verstaan dan wat je met de paplepel is ingegeven. Woorden met een diepe betekenis worden afgevlakt tot wat mensen ervan hebben gemaakt.

Met twee simpele voorbeelden: Het Griekse baptizoo wordt vertaald met doop. De gemiddelde PKN-mens heeft dan een besprenkeld kind voor ogen. Maar baptizoo betekent onderdompelen. Veel PKN mensen willen daar niet over praten, want “we hebben het altijd zo gedaan”. Maar de vraag is: wat leert de Bijbel, en niet wat leert ons de kerk; wil je God gehoorzaam zijn of mensen?

Of neem Openbaring 1, wat o.a. de HSV heeft vertaald met: Johannes was in de Geest was “op de dag des Heeren”. Dat is zo vaak uitgelegd dat hij op zondag in de Geest was, want de zondag is toch de dag des Heeren? Maar in het Grieks staat “IN de dag van de Heer”, een begrip dat al vanaf het OT de eindtijd aangeeft en geen zondag; en Johannes zat er geestelijk midden in, want zo wordt de en-datief uitgelegd in het Grieks.

Een reden om voorzichtig te zijn en niet slechts één bepaalde vertaling te gebruiken; en extra voorzichtig vanwege het feit dat vertalingen vaak vanuit een bepaalde kerkrichting zijn vertaald. Dit maakt dat vertalers binnen een kerkelijke stroming hun dogmatische voorkeuren meenemen in de vertaling. Iedere vertaling is een interpretatie vanuit een bepaalde kerkelijke achtergrond. Maar ook de samenleving of tijdsgeest waarbinnen vertaald wordt beïnvloed de vertaler. Want met name de nieuwste eenvoudige vertalingen hebben veel geestelijke diepten wegvertaald, versimpeld.

Als we zien in welke tijd b.v. de SV-vertalers aan het werk zijn geweest, in de vroege 17e eeuw kort na de reformatie; in een anti-Roomse-, anti doperse-, anti-Lutherse- en Calvinistisch dogmatisch gevormde kerk. In een tijd van armoede en grote verschillen tussen heren en knechten, een tijd van de pest, een tijd waar het gros analfabeet was, een tijd waar weinig pluriformiteit was, en de gewone mens niet het lef had om de theologische geschoolde heren te bevragen, waar vrouwen alleen het aanrecht tot hun recht hadden, waar de Staat de vertaling bekostigde, en ga zo maar door. En waar men nauwelijks bewust was van het werk van de Heilige Geest zoals in de eerste eeuwen. Dat doet iets met de vertalers, dat doet iets met de vertaling. Dit is goed verwoord in het artikel van P&C Sleebos.

Door ‘u’ en ‘uw’ en ‘gij’ te gebruiken in vertalingen, i.p.v. de voornaamwoorden die in de grondteksten gebruikt worden, valt het verschil weg tussen enkelvoud en meervoud.  Word ‘ik’ nu aangesproken of wordt de gemeente aangesproken? Niet onbelangrijk, naar ik meen.

Om alleen al deze reden is het wijs dat, bij iedere tekst die bekeken wordt binnen het thema ‘vrouwen in de gemeente van Jezus’, altijd de volgende vragen gesteld worden:

  1. wat is de achterliggende culturele omstandigheid waarin het geschreven is?
  2. roept de grondtekst geen vragen op?
  3. wat is de kerkelijke context waarin het vertaald is?
  4. baseren we onze mening op wat anderen hebben gezegd, of op goed gedocumenteerd historisch referentiemateriaal?
  5. zijn we bang om een geestelijk objectief standpunt in te nemen dat afwijkt van de traditie?

God waakt over Zijn woord

Kunnen we met het voorafgaande zeggen dat vertalingen door dit alles corrupt zijn?  Nee, dat zeker niet!
Naast vele afwijkingen zijn er veel meer overeenkomsten. En veel van die afwijkende teksten laten eenzelfde intentie zien.

Al die manuscripten met elkaar kunnen een beeld vormen van wat er oorspronkelijk heeft gestaan. Juist dat is het doel van het Münster Institute. Toen in 1959 Prof. D. Kurt Aland het onderzoek van Eberhard and Erwin Nestle voortzette als nieuw project, hadden hij en zijn medeonderzoekers niet kunnen bedenken dat er toch zoveel overeenkomstige teksten zouden zijn. Zo lang na elkaar geschreven, in zulke andere omstandigheden en in andere werelddelen. Waaruit blijkt dat God, die een goed werk begonnen is, daar ook over waakt. God heeft zich in alle eeuwen door kwetsbare mensen geopenbaard, en door alle eeuwen heeft Hij mensen ingezet en gebruikt om tot Zijn doel te komen; en Hij gebruikt zelfs de wetenschap. Jammer dat de vertalers van de HSV dat niet willen aanvaarden.

Ik ben ervan overtuigd, ondanks de onzekere factoren, dat we met de Bijbel het meest bijzondere boek in handen hebben, waardoor de Heilige Geest Zijn werk volkomen kan doen? Karl Barth zei terecht dat de Schrift alleen goed verstaan kan worden wanneer God door Zijn Heilige Geest ‘Senkrecht von ObenZijn licht erop laat schijnen.’ En volgens Barth moet Jezus bij het lezen altijd centraal staan, om tot ontmoeting te komen tijdens het lezen’.

Deelconclusie en opvatting over de Bijbelse tekst:

Dit leidt mij tot de opvatting, dat geen enkele vertaling naar de letter perfect is. We moeten in nederigheid, met wijsheid en in afhankelijkheid van Gods Heilige Geest verschillende Bijbel(s) gebruiken. In mensenhanden kan de Bijbel een bijzonder feilbaar boek zijn. Maar onfeilbaar wanneer God zelf door Zijn Heilige Geest ermee tot Zijn doel komt

EERLIJK, MET OPEN HART EN VERSTAND

Verantwoord omgaan met het thema 

In de tijd waar Paulus leefde vond het evangelie zijn weg te midden van wettisch Jodendom en pervers heidendom. Het is daarom belangrijk af te vragen: waarom schreef Paulus wat hij schreef aan- of over een specifieke gemeente? In de studie die volgt zal ik de door mij gelezen bronnen weergeven, waarin op grond van historisch-, sociologisch- en theologisch onderzoek een beeld wordt geschetst van culturen en hun invloeden.

Ik geloof dat we datgene wat Paulus schrijft aan de gelovigen in zijn tijd, en binnen hun context, niet domweg kunnen toepassen op situaties in deze tijd. Ik geloof dat we dezelfde uitdaging hebben nu, als de eerste christenen in Hand.15, die een weg zochten voor de heidenen rond de vraag of zij zich ook moesten houden aan de wet van Mozes. Het tekende de gezonde eerste gemeente dat zij biddend onder leiding van de Heilige Geest antwoorden zochten. Petrus zegt daar dat we de wet toch niet kunnen houden, en het daar niet van kunnen verwachten. En tegen mensen die met traditionele wetjes zwaaien zegt Paulus in Gal.3:1-5

O, onverstandige [Hollanders], wie heeft jullie betoverd, wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is?  Dit alleen zou ik van jullie willen weten: Hebben jullie de Geest ontvangen omdat je werken van de wet volbracht, of was het op grond het aannemen van de prediking van het geloof?  Zijn jullie zo dom? Zijn jullie dan begonnen met de Geest, om dan nu te eindigen met het vlees?  Was het dan voor niets, dat jullie zoveel hebben meegemaakt? Was het maar vergeefs!  Die jullie de Geest schenkt en krachten onder jullie werkt, (doet Hij dit) ten gevolge van werken der wet, of omdat jullie de prediking van het geloof hebben aanvaard?

Ik geloof dat Paulus enorm verdrietig zou zijn als hij zou zien dat wij de letter en religieuze traditie weer boven de Heilige Geest stellen. Wat blijft er over van geloof als we alles vervatten in stellingen en regeltjes? M.i. wordt dan alles wat Paulus geschreven heeft over geloof-versus-letter ontkracht.
Er geldt een ethisch basisprincipe in Gods koninkrijk! Dat is waar we vanuit moeten gaan. En een van de basisregels daaruit leert ons dat we moeten sterven aan de wet en daarmee aan het vlees. Dat we sterven aan het vlees en haar begeren naar meer voor mezelf. En daarin gaat het ook over groeien in de Geest, in dienstbaarheid om Jezus’ redding te mogen delen. Ten diepste gaat het over sterven aan het aardse, opdat een ander het leven vindt. Vasthouden aan de letter van de traditie, en daar mee schermen om je eigen gelijk te kunnen handhaven, heeft niets van doen met Jezus en die gekruisigd. We zijn niet geroepen om Farizeeën en Schriftgeleerden te volgen; maar Jezus en die gekruisigd.

Aanleiding, doelen en publiek

De verschuiving in de samenleving – lees cultuur – waar vrouwen nu hun plek hebben verworven, riep op tot heroverweging van hun plek binnen de kerk. Die verschuiving in de samenleving en de daarmee samenhangende vragen wordt door sommigen in de kerk als bedreigend ervaren. “Was het eerder dan niet goed?”. Was dat ook niet de vraag van veel gelovige ouders die hun kind hadden laten dopen, kinderen die zich later op geloof en door onderdompeling lieten dopen zoals de Bijbel leert?  ‘Was het eerder dan niet goed?’ is m.i. niet de juiste vraag. Maar wanneer we zo zijn gericht op wetjes en kerktraditie, zijn wij dan niet net als de Galaten, de Geest kwijt?

Met de tijd veranderen ook de culturen. Het is noodzakelijk om in elke tijd opnieuw de Bijbel te onderzoeken op de tijdloze intentie van God voor de mensheid, ons leven, en de gemeente van Jezus. Naast dat het werelds leven een groot gevaar is voor de gemeente, is religieuze genoegzaamheid een niet minder groot gevaar, en sluipt het de gemeente in als een slang. 

Door thema’s opnieuw onder de loep te nemen heeft de gemeente een nieuwe kans om het ongeestelijk-kerkelijke achter te laten, om opnieuw een geestelijk positie te bepalen. Hierin gaat het mij niet slechts om het thema ‘vrouwen in de gemeente’. Ten diepste gaat het om de mogelijke verstoktheid in wettisisme en traditionalisme waardoor we de Heilige Geest de mond snoeren. Daar is satan blij mee.

Of eventuele andere inzichten vervolgens ook tot andere gewoonten moeten leiden in een gemeente, dat wil ik niet direct zeggen. Maar het gaat erom dat we ontdekken dat we geestelijk rijker zijn dan kerktraditie ons meegeeft. En dat we gehoorzaam zijn naar wat God geopenbaard heeft in de Bijbel.

We werden rijker toen we besefte dat alleen naar de kerk gaan en geloven in het bestaan van God en Jezus niet volstond. Het begon toen we besefte dat we geestelijk opnieuw geboren moesten worden. Toen we Jezus’ kruisdood aanvaarde als eigenlijk voor ons bedoeld. Toen we Hem onze schuld beleden en Hem in ons hart vroegen. Toen we door de Heilige Geest in een levende relatie met Jezus kwamen, en dit alles beleden in de doop door onderdompeling. De doop die zegt dat: als we met Jezus sterven ook met Hem zullen opstaan. Toen werden we vrij van wet en vloek. Ja, dan moet je ziel eerst opnieuw geboren worden. En we moeten ons dan niet als de Galaten opnieuw laten binden aan religieuze traditie.

Zo is het goed te beseffen dat een instituut kerk, of een georganiseerde samenkomst niet hetzelfde is als ‘het lichaam van Jezus’. Deze laatste bestaat uit Geestvervulde mannen en vrouwen. Zij hebben die Geest ontvangen door hun levend geloof in Jezus en hun passievolle navolging van Hem.
De eerste vraag is: kennen we dat? Zo niet, dan moeten eigenlijk eerst terug naar de beginselen van het geloof in Jezus en vervulling van de belofte, n.l. de Heilige Geest. Dan zouden we het eigenlijk niet moeten hebben over “vrouwen in de gemeente van Jezus”, want dan begrijpen we niet wat God geestelijk bedoeld heeft.

Het is ook goed om als baptisten opnieuw, of nu pas voor het eerst, te beseffen dat er in het lichaam van Jezus GEEN AMBTEN bestaan zoals in het instituut kerk. De Bijbel leert ons dat niet, en dat hebben de eerste baptisten goed begrepen. Zij kwamen begin 17e eeuw tot het inzicht dat de Bijbel leert dat: op geloof gedoopten toetreden tot het priesterschap van alle gelovigen (1Petr.2). We gaan straks in de studie dus ook niet stil staan bij “de vrouw in het ambt”, simpelweg omdat de Bijbel dat niet leert. Let op wat Paulus schrijft in 1 Kor.12:11, het hoofdstuk over het HELE lichaam van Jezus met gelovige mannen en vrouwen:

Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil. Het priesterschap van alle gelovigen.

De Bijbel kent geen Ambten zoals de kerk die kent!

Paulus spreekt in 1 Kor.12:11 over toedelen/verdelen (diaireō) van gaven door de Heilige Geest. In Ef.4:11 over “gegevendoor Christus, en elders over “roepingdoor God of Jezus..
God kent gaven toe. Hij stelt mensen aan en geeft hen verantwoordelijkheden opdat men Zijn werken kan werken die Hij tevoren heeft voorbereid. Toegekend om door de Heilige Geest geleid te worden (Rom.8:14…) om het evangelie te verspreiden, en niet om het in te pakken in een set van kerkelijke regeltjes. 

De Bijbel spreekt over het priesterschap van alle gelovigen; oudsten, opzieners, diakenen, evangelisten, apostelen, leraars, herders en al die andere toegekende/uitgedeelde gaven bij elkaar. Nooit spreekt de Bijbel over kerkelijke ambten(posities) waardoor er ongelijkheid ontstaat in het lichaam van Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. (Gal. 3:28).

“Een ambt is een van menselijk hogerhand aangewezen positie met gezag.” 

In Gods koninkrijk hebben we het niet over menselijk (mannelijk- of vrouwelijk-)leiderschap, maar over de leiding van de Heilige Geest die in en door mensen werkt. Gods Heilige Geest zal op geen enkele wijze enig menselijk onderscheid tot stand brengen. Hij werkt door een man, een vrouw, een voorganger, oud en jong, iemand die goed kan zingen en iemand die minder goed kan zingen, een Jood, Marokkaan, Belg, laagopgeleiden en hoogopgeleiden, etc… 

Afsluitend over het thema

Ik vind het best lastig om over vrouwen te schrijven, en de mannen en hun taken en verantwoordelijkheden niet onder de loep te nemen. Daarom zijn eerder de artikelen verschenen over man&vrouw. Daarin mag duidelijk worden wat de eerste taak van mannen is in hun relatie naar hun vrouwen.

Laten daarom eindigen met de woorden van Jezus zelf voor Zijn gemeente:

Gij zult u niet rabbi (leeraar) laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.  En gij zult op aarde niemand uw vader (paus o.i.d.) noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.  Laat u ook geen leidslieden (voorganger) noemen, want één is uw Leidsman, de Messias.  Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden. (Mt 23:7–12)

Thema Man&vrouw
Plaats een reactie:

*

Jouw e-mailadres wordt niet getoond!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Baptistengemeente Ichthus Alphen a/d Rijn